Bij beschadiging of slijtage van de macula zijn de beelden die u recht voor u ziet wazig of ze vallen zelfs geheel weg. U ondervindt moeilijkheden met lezen en televisiekijken of u ziet kleuren fletser en soms lijnen kronkelig en vervormd. De beelden opzij van het centrale beeld kunt u echter wel normaal blijven zien: uw gezichtsveld blijft intact, u blijft de omgeving zien. Deze aandoening ontwikkelt zich vaak geleidelijk. Het kan zijn dat u er weinig van merkt totdat de macula al sterk is aangetast. Het is daarom belangrijk uw ogen regelmatig door een oogarts te laten controleren. Een tijdige opsporing van maculadegeneratie is uiteindelijk altijd de beste bescherming tegen het verslechteren van het zien.
De animatie wordt begeleid met gesproken tekst. Wanneer u het geluid van uw computer aanzet, hoeft u niet mee te lezen.
Het is nodig onderscheid te maken tussen de verschillende vormen van maculadegeneratie.

Foto van een gezond netvlies
Juveniele maculadegeneratie komt voor op jonge leeftijd en is erfelijk. Vaak zijn beide ogen aangetast. Het kan ook zijn dat een ongeluk of een infectie deze vorm veroorzaakt.
Droge maculadegeneratie komt het vaakst voor en begint meestal na het vijftigste levensjaar. De oorzaak is het dunner worden en verslijten van het weefsel in de macula. Gewoonlijk zijn beide ogen aangetast.
Natte maculadegeneratie ontstaat door scheurtjes in het laagje (membraan) dat de macula afschermt van de bloedvaatjes die eronder lopen. Deze scheurtjes veranderen in littekentjes waarin daarna nieuwe, zeer tere bloedvaatjes ontstaan die gemakkelijk bloeden. Hierdoor vormen zich opnieuw littekentjes. Het littekenweefsel blokkeert het centrale deel van het zien. Bij natte macula-degeneratie kan het ene oog sterk zijn aangetast, terwijl u met het andere oog nog lange tijd goed kunt blijven zien.

Foto van een oog met natte maculadegeneratie
Er bestaan voor mensen met maculadegeneratie verschillende hulpmiddelen die het proces van het minder zien kunnen vergemakkelijken. Deze zogenaamde ‘low vision’- hulpmiddelen zijn onder andere: telescoopbrillen, vergrootglazen of tv-loepen. Er bestaan speciale boeken met extra groot gedrukte letters of gesproken boeken en kranten, die voor u een uitkomst kunnen zijn. Tijdens het ‘low vision’-spreekuur bekijkt een speciaal daarvoor opgeleide ‘low vision’-specialist samen met u welke hulpmiddelen u kunt gebruiken.
Uit onderzoek is gebleken dat het dagelijks innemen van speciaal ontwikkelde voedingssupplementen een remmend effect kan hebben op het ontwikkelen van een maculadegeneratie. U kunt uw oogarts om meer informatie vragen.
J.H.J. Klaver
A.M. Klok
S.M.B. Ligtenberg
M.H. van der Linden
K. van der Maesen
Dr. B.J. Putting
M.A.J. Wagemans
Download de informatiefolders:
- Maculadegeneratie »
- Fluorescentie angiografie »
- Amslertest »