Vooronderzoek

Bij een refractieve lensimplantatie wordt een “extra” lens in het oog geïmplanteerd. Deze lens vervangt een bril of contactlenzen.

Of een patiënt wel of niet geschikt is hangt af van een aantal factoren.

Wel geschikt:
- Leeftijd tussen de 20 en 60 jaar
- Bijziendheid t/m -23,5 dioptrie
- Verziendheid t/m +12,0 dioptrie
- Cilindersterkte t/m 7,5 dioptrie

Niet geschikt:
- Mensen met immuunstoornissen
- Mensen met ernstige stofwisselingsziekten
- Zwangere vrouwen

De brilsterkte dient minstens twee jaar stabiel te zijn, een leesbril kan niet worden verholpen.

Hoornvliesaandoeningen, amblyopie (lui oog), bepaalde vormen van glaucoom en andere (actieve) oogaandoeningen kunnen een reden zijn om niet te opereren. De oogarts zal dit beoordelen tijdens het vooronderzoek.

Vooronderzoek

Alleen de brilsterkte is niet genoeg informatie om te besluiten of een oog geschikt of ongeschikt is voor een implanteerbare refractielens. Hiervoor is een aanvullend vooronderzoek nodig.

Tijdens dit vooronderzoek worden de volgende dingen bepaald:

  • Gesprek waarin wordt gevraagd naar de redenen waarom u behandeld wilt worden, wat u ervan verwacht, wat uw werkzaamheden en hobby’s zijn, wat uw algemene gezondheid is, wat uw oogheelkundig verleden is en of er familiaire oogaandoeningen in uw familie voorgekomen.
  • Een stereotest waarbij het dieptezien wordt beoordeeld. 
  • De samenwerking tussen de spieren van het linker- en rechteroog wordt getest.
  • De gezichtsscherpte wordt bepaald (inclusief brilmeting).
  • De grootte van de pupil in licht en in donker wordt opgemeten.
  • De diameter van het hoornvlies wordt opgemeten.
  • Er wordt een meting gedaan waarbij wordt bepaald hoeveel hinder de ogen ondervinden door strooilicht/tegenlicht.
  • Met een scan wordt een 3-dimensionaal beeld gemaakt van de voorkant van het oog. Hieruit is precies te zien of er genoeg ruimte in het oog is om de lens te implanteren. In het geval van een lens met een cilinder kan hieruit ook berekend worden hoe deze geplaatst moet worden.
  • Een volgende scan bepaalt de kwaliteit van het hoornvlies.
  • Een laatste scan meet op hoe lang het oog exact is.
  • Er wordt een speciale druppel in de ogen gedruppeld die de accommodatiespieren in het oog tijdelijk uitschakelt. Hierna wordt er weer een brilmeting gedaan.
  • Tenslotte komt er nog een onderzoek door de oogarts die de algemene gezondheid van het oog zal beoordelen.

Het eindoordeel, geschikt of ongeschikt voor behandeling, ligt uitsluitend bij de behandelende oogarts.

 

Geslacht:
Naam:
Geboortedatum:
Adres:
Postcode:
Woonplaats:
Telefoonnr.:
E-mailadres: *
Ik heb een specifieke vraag:
Mijn vraag heeft betrekking op
Hoe bent u bij ons terecht gekomen?
Hoe wilt u dat wij contact opnemen?
Captcha code *
(Type deze code over)

Klinieken

Kliniek OMC Haarlem

Specialisten

J.H.J. Klaver
Dr. B.J. Putting

Downloads

- Vooronderzoek »
- Refractiechirurgie »