Veelgestelde vragen

Door een ongeluk, afwijkende stand (extreem X of O been) een botbreuk, kruisbandletsel, reuma, meniscusverwijdering, knieoperaties of door veroudering kan de kraakbeenbedekking slijten. Dit noemen we slijtage of artrose. Dan worden de botuiteinden ruw en gaan langs elkaar schuren, waardoor de knie minder goed kan bewegen, dikker en pijnlijk wordt.  

Hoe meer het kraakbeen slijt, hoe erger de klachten meestal worden: meer pijn, zwelling en slechter bewegen en soms krijgt men het gevoel dat de knie meer speling krijgt.

Van alle mensen boven de 55 jaar heeft één op de vijf knieslijtageklachten.

Jazeker. Hoe zwaarder de knie wordt belast, hoe sneller het kraakbeen wordt aangetast. Ernstig overgewicht zet de knie extra onder druk. Ook sommige intensieve sporten (zoals hardlopen of voetballen) of zware beroepen (zoals stratenmaker) vragen veel van een kniegewricht.

Dat betekent overigens niet dat alle bewegingen slecht zijn voor een knie. Integendeel! Met mate bewegen helpt juist om het gewricht soepel te houden. Het 'masseert' het kraakbeen en bevordert de opname van de broodnodige bouwstoffen. Zelfs met een versleten en pijnlijke knie is het goed om in beweging te blijven.

Wanneer uw klachten echt afkomstig zijn van het fors versleten kraakbeen en dit ook overeenkomt met de bevindingen bij het lichamelijk onderzoek en de röntgenfoto, dan zou een prothese een mogelijke optie kunnen zijn.

Wanneer dat moment daar is, verschilt van patiënt tot patiënt. Als u vaak ’s nachts wakker wordt van de pijn, vaak pijnstillers moet slikken, steeds moeilijker kunt lopen of fietsen, krijgt u op een gegeven moment het gevoel dat het zo niet meer gaat: dan bent u voor uw gevoel toe aan de operatie.

Als uw knie echt helemaal versleten is, zijn er geen andere mogelijkheden. Is de slijtage in uw knie nog niet zo ernstig, dan kan de pijn in veel gevallen worden bestreden met paracetamol of ontstekingsremmers. Bij extreme O- of X-benen is op indicatie een operatieve standscorrectie te overwegen (osteotomie).

In het geval van een matige knieslijtage kunnen we voor een injectie in het kniegewricht met hyaluronzuur kiezen. Deze vloeistof werkt als een soort smeermiddel in de knie en kan daardoor enkele maanden tot een jaar pijnverlichting geven. Het effect ervan is echter niet onomstotelijk bewezen. Deze injectie kan door uw huisarts gegeven worden.

Ja, dat kan in sommige gevallen als er slechts een compartiment van de knie versleten is. Bij een forse O-beenstand kan alleen de binnenkant van de knie versleten zijn. Of in het geval van een forse X-beenstand alleen de buitenkant, dit komt echter veel minder vaak voor.

Het is dan soms mogelijk om alleen de versleten binnenkant (of buitenkant ) van de knie te vervangen door een zogenaamde halve knieprothese. Voorwaarde is wel dat de rest van de knie niet versleten is en de stabiliteit normaal is en u de knie bijna volledig kan buigen en strekken.

Als alleen het knieschijfcompartiment versleten is, kan dit bij uitzondering vervangen worden door een knieschijfprothese.

De gemiddelde leeftijd waarop in Nederland een knieprothese wordt geplaatst, is rond de 65. In feite is er geen echte minimumleeftijd voor een prothese.

Indien een patiënt aan de criteria voldoet voor knieprothese maakt de leeftijd relatief niet uit. Echter bij jonge patiënten wordt wel alles gedaan om het moment van implanteren van een prothese zo lang mogelijk uit te stellen. Dit heeft te maken met het feit dat een jonger iemand meestal veel actiever is en een langere levensverwachting heeft. De kunstknie wordt intensiever gebruikt en gaat daardoor minder lang mee.

Als een patiënt voor zijn 50e een kunstknie krijgt, is de kans groot dat die later nog een keer moet worden vervangen. De vervanging van een totale nieuwe knie door een nieuwe kunstknie is een grote operatie met meer kans op complicaties en een minder functioneel eindresultaat.

In de Medinova klinieken is echter wel een maximum leeftijdsgrens voor het plaatsen van een knieprothese. Dit is in overleg met onze anesthesiologen bepaald. Kijk op de pagina van leeftijdsrestricties voor meer informatie »

De overlevingsduur van een prothese is bij verstandig gebruik meestal meer dan 15 jaar. Lichaamsgewicht en activiteitenniveau hebben een groot effect op de overleving van de prothese.

De revalidatie begint de dag na de operatie. De fysiotherapeut leert u hoe u een bed of een stoel moet in en uit komen en welke houding u bij het zitten en liggen moet aannemen. Daarnaast oefent u samen het lopen met krukken. Vanaf de eerste dag kunt u volledig op het geopereerde been steunen. 

Patiënten zijn vaak bang dat ze daarmee de prothese kunnen beschadigen, maar daar hoeft u niet bang voor te zijn. Hoe sneller u weer op de been bent, hoe vlotter het herstel verloopt.

Na ontslag uit onze kliniek heeft u een aantal weken hulp nodig. Dit bijvoorbeeld voor het doen van boodschappen, hulp bij het huishouden en bij uw eigen verzorging. In de kliniek kan men indien nodig bijvoorbeeld thuiszorg voor u aanvragen. 

De eerste vier tot zes weken loopt u met twee krukken, daarna nog tot zo’n zes weken met één. Gedurende minimaal drie maanden blijft u twee keer per week met de fysiotherapeut oefenen om uw knie weer goed te laten bewegen en uw spieren sterker te maken. Zittend werk kunt u soms al na enkele weken hervatten, staand werk meestal pas na drie tot vier maanden. 

Pas na 12 maanden is het herstel helemaal voltooid! Pas dan kunt u voor u zelf bepalen hoe tevreden u bent over het eindresultaat.

Deze vraag is lastig te beantwoorden. In principe is uw rijbewijs alleen geldig als u normaal functioneert. In de periode dat u de geopereerde knie nog niet makkelijk kunt bewegen, en er nog geen goede controle over heeft, mag u dus niet zelf autorijden! Meestal kunt u na acht tot tien weken weer gaan autorijden, dit moment valt meestal samen met het moment dat u geen krukken meer gebruikt. Overleg dit met uw fysiotherapeut.

De losgeraakte knieprothese kan worden vervangen. Het functionele resultaat is bij een revisieoperatie van een hele knie prothese minder goed. Theoretisch kan een knieprothese meerdere keren worden gereviseerd. De operatie risico’s worden steeds groter en het resultaat steeds minder.

Als de infectie binnen 6 weken na operatie optreedt en direct wordt behandeld met uitgebreid spoelen van de knie en het geven van antibiotica bestaat er een redelijke kans dat de prothese kan worden behouden.

Ontstaat de infectie na een langere termijn, dan moet de prothese meestal uiteindelijk worden verwijderd om later na volledige genezing van de infectie weer een nieuwe prothese te implanteren of de knie vast te zetten (artrodese).

Met de hedendaagse controles bestaat de kans dat de prothese het beveiligingssysteem activeert. De kans is reëel dat u wordt gefouilleerd door een douanebeambte. Meestal volstaat uitleg over de knieprothese. Daarnaast krijgt u van Medinova in de maand na uw operatie een prothesepasje toegestuurd.

Een knieprothese bestaat uit twee metalen oppervlakken met daartussen een polyethyleen tussenlaag. Deze oppervlakken veroorzaken de klikkende sensaties. 
De geluiden komen vooral in de beginfase voor als de spierkracht en spiercoördinatie nog op niveau moet worden gebracht.

Hoewel u de geluiden als eng kunt ervaren, veroorzaken zij geen schade aan de prothese. Ook langere tijd na de operatie kan de orthopedisch chirurg bij voldoende ontspanning van spieren deze geluiden opwekken.

Hierover zijn de meningen zeer verdeeld. Sportieve activiteiten met een behoorlijke impact op de prothese kunnen beter worden vermeden. Het kan de overlevingsduur van de prothese in negatieve zin beïnvloeden.

Overleg de wens tot sportbeoefening altijd met uw medisch specialist.

Alleen bij een ingreep in geïnfecteerd gebied moet antibiotica profylaxe plaatsvinden. Bij andere ingrepen en bij tandheelkundige ingrepen in niet geïnfecteerd gebied hoeft geen antibiotica toegediend te worden. Bij een wortelkanaal behandeling bijvoorbeeld is vaak sprake van en lokaal abces. Uw behandelend arts / tandarts kan hiervoor een recept uitschrijven.