Richtlijnen cliëntenaanname

In verband met de veiligheid voor uw cliënten hebben wij - in overleg met onze anesthesiologen - voor alle orthopedische en neurochirurgische ingrepen een maximale leeftijd van 75 jaar en een maximale BMI van 35 - muv rugklachten, daar is de maximale BMI 32.

Voor cliënten van 70 t/m 75 jaar en voor cliënten met een BMI van 32 t/m 35 zal met de anesthesioloog worden besproken of een behandeling mogelijk is.

ASA 3+ patiënten naar Kliniek Zestienhoven

Sinds april 2015 is het mogelijk om naast ASA 1-2 ook ASA 3+ patiënten bij Kliniek Zestienhoven te behandelen voor het plaatsen van een knie- of heupprothese (voorste benadering). 

De diagnosestelling vindt altijd plaats in Kliniek Zestienhoven, ongeacht de ASA classificatie van de patiënt. Mocht het plaatsen van een knieprothese noodzakelijk zijn, dan maakt Kliniek Zestienhoven voor ASA 3+ patiënten gebruik van de OK- en verpleegcapaciteit van het IJsselland ziekenhuis in Capelle aan den IJssel. De behandeling van ASA 1-2 patiënten blijft ongewijzigd plaatsvinden in Kliniek Zestienhoven. 

ASA 3+ patiënten worden in het IJsselland ziekenhuis door hun eigen orthopedisch chirurg geopereerd. De patiënten worden verpleegd op een aparte kamer waar de operateur zelf visites loopt. De nacontroles vinden weer plaats in Kliniek Zestienhoven.

Medinova Kliniek Zestienhoven biedt vanaf heden een heupbehandeling aan die uniek is in deze regio, de zogenoemde voorste benadering. De spieren die belangrijk zijn voor het gewone dagelijks functioneren - zoals opstaan uit een stoel, lopen, traplopen, fietsen en autorijden - blijven geheel intact. De patiënt herstelt hierdoor sneller en kan zijn of haar dagelijkse bezigheden weer sneller oppakken. De patiënten worden in het IJsselland ziekenhuis door drs. Marnix Niggebrugge geopereerd. De patiënten worden verpleegd op een aparte kamer waar de operateur zelf visites loopt. De nacontroles vinden weer plaats in Kliniek Zestienhoven.

MRSA

Verwijzen patiënten naar Medinova

Naar de klinieken van Medinova kunnen alleen patiënten uit risicocategorie 4 (zie overzicht hieronder) verwezen worden of patiënten met een negatieve MRSA test. Bij patiënten die tot risicogroep 1,2 of 3 behoren moeten eerst kweken worden afgenomen en indien nodig moet er een behandeling gestart worden. Pas na negatieve kweken of bewezen effectieve behandeling kunnen patiënten uit deze risicocategorieën doorverwezen worden.

MRSA risicocategorieën

De Werkgroep Infectiepreventie (WIP) heeft de WIP-richtlijn MRSA (2012) opgesteld, men deelt patiënten in op basis van het risico op overdracht van MRSA naar anderen in één van de vier risicocategorieën:

  • Risicocategorie 1: de patiënt is MRSA-drager;
  • Risicocategorie 2: de patiënt met hoog risico op MRSA-dragerschap;
  • Risicocategorie 3: de patiënt met laag risico op MRSA-dragerschap;
  • Risicocategorie 4: de patiënt valt niet in één van de drie bovenstaande categorieën.

Risicocategorie 1 - MRSA-positieve patiënt

De patiënt is bewezen MRSA-positief. 

Behandel MRSA-dragerschap volgens de richtlijn van de SWAB ‘Behandeling MRSA dragers’ (www.swab.nl).

Patiënt kan na effectieve behandeling en negatieve kweken worden doorverwezen naar Medinova.


Risicocategorie 2  - patiënt met hoog risico op MRSA-dragerschap

Onbeschermd contact

De patiënt heeft in de afgelopen twee maanden onbeschermd contact gehad met een MRSA-positieve patiënt:

  • binnen het ziekenhuis: is onderdeel van een ringonderzoek;
  • buiten het ziekenhuis: huisgenoten, partners of verzorgenden van MRSA-positieve patiënten. 

De patiënt verbleef in de afgelopen twee maanden in een andere Nederlandse zorginstelling op een afdeling of unit waar een MRSA-epidemie heerst(e).

Buitenlandse zorginstelling

De patiënt verbleef in de afgelopen twee maanden langer dan 24 uur in een buitenlandse zorginstelling. 

Buitenlandse zorginstelling

De patiënt verbleef in de afgelopen twee maanden korter dan 24 uur in een buitenlandse zorginstelling en heeft tenminste één risicofactor voor MRSA-dragerschap:

  • een invasieve ingreep in een buitenlands ziekenhuis;
  • chronische infecties of persisterende huidlaesies;
  • infectiebronnen zoals abcessen of furunkels die aanwezig zijn bij opname in een Nederlands ziekenhuis. 

Opmerking: Het aanbrengen van een perifeerveneuze infuuskathether en bloedprikken beschouwt de expertgroep niet als risicofactoren voor MRSA-dragerschap. 

Contact levende varkens of vleeskalveren of vleeskuikens

De patiënt heeft contact gehad met bedrijfsmatig gehouden levende varkens/vleeskalveren/vleeskuikens ongeacht of dit contact beroepsmatig was of niet en/of woont op een bedrijf waar deze dieren worden gehouden. 

Adoptie

Kinderen die geadopteerd zijn uit het buitenland en in Nederland wonen.

Test de patiënt met hoog risico op MRSA-dragerschap op de aanwezigheid van MRSA.

Indien MRSA-positief: Behandel MRSA-dragerschap volgens de richtlijn van de SWAB ‘Behandeling

MRSA dragers’ (www.swab.nl).

Patiënt kan na effectieve behandeling en negatieve kweken worden doorverwezen naar Medinova.


Risicocategorie 3 - patiënt met laag risico op MRSA-dragerschap

Onbeschermd contact

De patiënt heeft in de afgelopen twee maanden onbeschermd contact gehad met een MRSA-positieve medewerker ongeacht de tijdsduur. 

Buitenlandse zorginstelling

De patiënt uit Nederland onderging de afgelopen twee maanden haemodialyse in een buitenlandse zorginstelling. De patiënt verbleef langer dan twee maanden geleden in een buitenlandse zorginstelling en heeft tenminste één risicofactor voor MRSA-dragerschap:

  • een invasieve ingreep in een buitenlands ziekenhuis;
  • chronische infecties of persisterende huidlaesies;
  • infectiebronnen zoals abcessen of furunkels die aanwezig zijn bij opname in een Nederlands ziekenhuis.

Opmerking: Het aanbrengen van een perifeerveneuze infuuskathether en bloedprikken beschouwt de expertgroep niet als risicofactoren voor MRSA-dragerschap. 

Follow-up patiënt

De MRSA-positieve patiënt heeft drie opeenvolgende negatieve MRSA-testen met tussenpozen van minimaal zeven dagen en is nog in de follow-up periode van 1 jaar na de eerste negatieve test (dus nog niet negatief getest na minimaal 1 jaar). 

Patiënt met persisterende blootstelling

De patiënt met persisterende blootstelling (zoals een MRSA-positieve partner of woonachtig zijn op bedrijf met varkens/vleeskalveren/vleeskuikens of werkend op zo een bedrijf) had minder dan drie maanden geleden een negatieve MRSA-test. 

Test de patiënt met hoog risico op MRSA-dragerschap op de aanwezigheid van MRSA.

Indien MRSA-positief: Behandel MRSA-dragerschap volgens de richtlijn van de SWAB ‘Behandeling

MRSA dragers’ (www.swab.nl).

Patiënt kan na effectieve behandeling en negatieve kweken worden doorverwezen naar Medinova.


Risicocategorie 4 - Patiënt niet verdacht van MRSA-dragerschap

De patiënt valt niet in één van de drie bovenstaande risicocategorieën. 

Patient kan worden doorverwezen naar Medinova.